Ga naar inhoud
  • Drifter
    Drifter

    Belastingdienst wil btw-inningssysteem in Amerikaanse handen leggen.

    De Belastingdienst werkt aan een ingrijpende modernisering van het btw-inningssysteem. Het huidige systeem, dat verantwoordelijk is voor de registratie, verwerking en controle van de omzetbelasting, is technisch verouderd en volgens het ministerie van Financiën aan vervanging toe. Wekelijks ontvangt de Nederlandse staat ongeveer 1,5 miljard euro aan btw-inkomsten — een cruciale pijler onder de rijksbegroting. De complexiteit van dit proces is groot: honderdduizenden ondernemingen moeten correct geregistreerd staan, aangiftes moeten tijdig en volledig worden verwerkt en afwijkingen moeten worden gesignaleerd en gecontroleerd.

    Voor de vernieuwing van dit systeem is na een aanbestedingsprocedure gekozen voor het Amerikaanse softwarebedrijf FAST Enterprises. Dit bedrijf ontwikkelt wereldwijd belastingsoftware voor overheden en levert zogenoemde geïntegreerde belastingplatforms. Aanvankelijk leek het erop dat FAST uitsluitend de software zou leveren, waarna implementatie, aanpassing aan Nederlandse wetgeving en het technische beheer grotendeels in Nederlandse handen zouden blijven.

    Uit nadere berichtgeving blijkt echter dat de rol van FAST Enterprises omvangrijker is dan aanvankelijk gedacht. Het bedrijf zou niet alleen verantwoordelijk worden voor de levering van de software, maar ook voor implementatie, doorontwikkeling, onderhoud en (technisch) beheer van het systeem. Volgens critici betekent dit dat de operationele kennis, toegang tot broncode en cruciale beheertaken in belangrijke mate bij een Amerikaanse partij komen te liggen.

    Het ministerie van Financiën benadrukt dat de fysieke infrastructuur — waaronder servers en dataopslag — in Nederland blijft. De systemen worden ondergebracht in het eigen datacentrum van de Belastingdienst in Apeldoorn. Ook stelt het ministerie dat het dataverkeer wordt gemonitord door Nederlandse medewerkers en dat gegevens van belastingplichtigen onder Nederlandse en Europese wetgeving (waaronder de AVG) blijven vallen. Volgens Financiën wordt de software niet “vanuit Amerika” beheerd, maar vanuit een Nederlandse vestiging van het bedrijf.

    Toch bestaat er politieke en maatschappelijke zorg over digitale afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers. Barbara Kathmann, Tweede Kamerlid namens GroenLinks-PvdA, noemt het uitbesteden van zo’n kernsysteem aan een Amerikaans bedrijf “onbestaanbaar”. Zij wijst op het risico dat geopolitieke spanningen — bijvoorbeeld handelsconflicten of sancties — indirect invloed kunnen hebben op essentiële Nederlandse overheidsprocessen. In het uiterste scenario zou een buitenlandse overheid druk kunnen uitoefenen op een Amerikaans bedrijf om dienstverlening te beperken of te staken.

    Tech-expert Bert Hubert waarschuwt in zijn analyse dat wanneer een externe leverancier volledige technische controle heeft over een systeem dat essentieel is voor belastinginning, dit een strategische kwetsbaarheid kan vormen. Zelfs als servers fysiek in Nederland staan, kan afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers bij escalaties risico’s met zich meebrengen, bijvoorbeeld via exportrestricties, sanctieregimes of juridische bevelen onder buitenlandse wetgeving.

    De discussie raakt aan een breder debat over digitale soevereiniteit. Eerder ontstond politieke onrust over het beheer van DigiD, het digitale identificatiesysteem van de overheid. Daarbij ging het vooral om infrastructuurbeheer. In het geval van het btw-systeem gaat het om een primaire inkomstenbron van de staat, wat de gevoeligheid vergroot.

    Het ministerie van Financiën stelt dat de Tweede Kamer gedurende de aanbestedingsprocedure is geïnformeerd en dat continuïteit van belastinginning de hoogste prioriteit heeft. Volgens het ministerie zijn aanvullende maatregelen genomen om digitale risico’s te beperken, mede in het licht van veranderende geopolitieke verhoudingen. Tegelijk erkent men dat in een digitale omgeving risico’s nooit volledig uit te sluiten zijn.

    De kern van de controverse draait om de vraag hoe Nederland de balans moet vinden tussen technologische vernieuwing, internationale marktwerking en strategische autonomie. Voorstanders benadrukken dat gespecialiseerde internationale leveranciers vaak beschikken over bewezen systemen en schaalvoordelen. Tegenstanders wijzen erop dat vitale overheidsprocessen — zoals belastinginning — bij voorkeur onder maximale nationale controle zouden moeten blijven.

    De uitkomst van dit debat kan bepalend zijn voor toekomstig Nederlands beleid rond digitale infrastructuur, aanbestedingen en afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven.

    Door: Drifter




    Feedback Gebruiker

    Aanbevolen Reacties

    Er zijn geen reacties om weer te geven.



    Log in om te reageren

    Je kunt een reactie achterlaten na het inloggen



    Login met de gegevens die u gebruikt bij softtrack

×
×
  • Nieuwe aanmaken...