Windows 10 is officieel met pensioen, maar weigert voorlopig van het toneel te verdwijnen. Miljoenen pc's draaien nog altijd op het inmiddels afgeschreven besturingssysteem. Microsoft maakt dat steeds minder aantrekkelijk: beveiligingsupdates worden een betaalde aangelegenheid, de rekening voor bedrijven loopt ieder jaar verder op en ondertussen groeit Windows 11 door.
Vijf jaar na de introductie heeft Windows 11 volgens de meest recente StatCounter-metingen ongeveer 71,5 procent van het Windows-aandeel in handen. Windows 10 blijft steken op circa 27,8 procent. Daarmee is de opvolger inmiddels ruimschoots de dominante Windows-versie.
Microsoft publiceert zelf geen actuele, wereldwijde cijfers over het gebruik van Windows-versies. De cijfers van StatCounter zijn daarom geen officiële telling van alle Windows-pc's, maar ze laten wel een ontwikkeling zien die moeilijk te negeren is: de Windows 10-gebruiker wordt steeds nadrukkelijker richting Windows 11 geduwd.
En dat gebeurt niet alleen met nieuwe functies.
Windows 11 hoefde Windows 10 niet te verslaan
De merkwaardige conclusie na vijf jaar Windows 11 is dat Microsoft het oude besturingssysteem eigenlijk niet hoefde te verslaan.
Windows 10 had lange tijd alles mee. Het was vertrouwd, stabiel en voor de meeste gebruikers meer dan voldoende. De overstap naar Windows 11 bracht bovendien niet het soort fundamentele vernieuwing met zich mee dat gebruikers massaal deed verlangen naar een upgrade.
Integendeel: de introductie van Windows 11 werd juist gekenmerkt door discussie over hardware-eisen, een gewijzigde gebruikersinterface en functies die gebruikers niet noodzakelijk als vooruitgang beschouwden.
Toch is Windows 11 inmiddels dominant.
De reden is simpel: Windows 10 heeft een einddatum gekregen.
Microsoft beëindigde de reguliere ondersteuning op 14 oktober 2025. Vanaf dat moment is Windows 10 niet plotseling onbruikbaar geworden, maar het verschil tussen 'het werkt nog' en 'het wordt nog veilig ondersteund' is steeds belangrijker.
Daarmee veranderde een vrijwillige upgrade in een praktisch noodzakelijke migratie.
Wie niet overstapt, moet betalen
Voor organisaties is de boodschap van Microsoft nog duidelijker.
Bedrijven die Windows 10-systemen na het einde van de reguliere ondersteuning willen blijven gebruiken, kunnen daarvoor Extended Security Updates aanschaffen. Daarmee krijgen ze gedurende een beperkte periode nog beveiligingsupdates, maar het is geen voortzetting van de normale levenscyclus van Windows 10.
Het prijskaartje maakt het verschil.
Het eerste jaar kost zakelijke ESU ongeveer 61 dollar per apparaat. In het tweede jaar verdubbelt dat bedrag naar 122 dollar. In het derde en laatste jaar loopt het op naar 244 dollar.
Wie de volledige periode wil overbruggen, komt daarmee uit op ongeveer 427 dollar per apparaat.
Bij één pc valt dat misschien mee. Bij duizend pc's praat je over 427.000 dollar.
Daarmee wordt ESU iets heel anders dan een handige verlenging van Windows 10. Het wordt een financiële prikkel om eindelijk te migreren.
En Microsoft maakt daarbij nog een belangrijk punt: wie pas later instapt, kan niet simpelweg alleen het laatste, goedkoopste jaar kopen. De ESU-jaren zijn cumulatief.
Hoe langer een organisatie wacht, hoe duurder het wordt om te blijven wachten.
Windows 10 wordt daarmee een dure uitzondering
Dat is strategisch slim van Microsoft.
Een organisatie kan technisch gezien nog jarenlang met Windows 10 doorwerken. De hardware kan snel genoeg zijn, de applicaties kunnen probleemloos functioneren en gebruikers kunnen tevreden zijn.
Maar Microsoft heeft het economische speelveld veranderd.
De keuze is niet langer:
'Windows 10 werkt prima, waarom zouden we upgraden?'
De vraag wordt:
'Is het goedkoper om te migreren of ieder jaar opnieuw te betalen om niet te hoeven migreren?'
Dat is een wezenlijk andere discussie.
Voor grote organisaties kunnen migraties complex zijn. Oude applicaties, maatwerksoftware, industriële systemen en afhankelijkheden tussen hardware en software maken een Windows-upgrade soms veel ingewikkelder dan het vervangen van een paar computers.
Microsoft weet dat. ESU biedt die organisaties daarom een uitweg — maar wel een steeds duurdere.
Consumenten krijgen meer ademruimte
Particuliere gebruikers worden minder hard geraakt.
Microsoft biedt consumenten mogelijkheden om Windows 10 langer van beveiligingsupdates te voorzien zonder hetzelfde zakelijke prijskaartje. Afhankelijk van de situatie kunnen gebruikers daarbij onder meer gebruikmaken van Microsoft Rewards-punten of synchronisatie via Windows Backup.
Voor consumenten in de Europese Economische Ruimte zijn bovendien ruimere voorwaarden van toepassing.
Microsoft heeft de gratis ondersteuning voor consumenten daarnaast verder verlengd. Daardoor hebben particuliere gebruikers meer tijd om hun overstap te plannen.
Dat verandert echter niets aan de richting waarin de markt beweegt.
Windows 10 wordt niet opnieuw een volwaardig ondersteund platform. Het krijgt alleen meer tijd voordat het definitief wordt losgelaten.
En dan is er nog de hardware
Voor veel gebruikers ligt het probleem niet bij Windows 11 zelf, maar bij de computer waarop het moet draaien.
Microsoft stelde voor Windows 11 strengere hardware-eisen dan gebruikers bij eerdere Windows-upgrades gewend waren. Vooral TPM 2.0, Secure Boot en de processorvereisten zorgden ervoor dat een flinke groep bestaande pc's officieel buiten de boot viel.
Dat heeft een merkwaardig gevolg.
Een computer kan technisch nog uitstekend functioneren en tegelijkertijd door Microsoft als ongeschikt voor de opvolger van zijn eigen besturingssysteem worden beschouwd.
Voor de gebruiker betekent dat een pijnlijke keuze: een verder prima pc vervangen omdat de softwareondersteuning ophoudt.
Er bestaan manieren om Windows 11 op bepaalde niet-ondersteunde systemen te installeren, maar voor organisaties is dat doorgaans geen aantrekkelijke strategie. Wie bedrijfskritische systemen beheert, wil liever niet afhankelijk zijn van een configuratie die buiten Microsoft's officiële ondersteuningsmodel valt.
De hardnekkige Windows 10-pc is niet altijd een oude kantoorcomputer
Het resterende Windows 10-aandeel bestaat bovendien niet alleen uit mensen die simpelweg geen zin hebben om op de upgrade-knop te drukken.
In industriële omgevingen kunnen oude Windows-systemen onderdeel zijn van complete productie- en controlesystemen. Software kan afhankelijk zijn van specifieke drivers, hardwarekaarten of meetapparatuur. Soms is een combinatie van hardware en software jarenlang gecertificeerd en nooit getest met een nieuwe Windows-versie.
Dan is 'even upgraden naar Windows 11' geen optie.
Een pc die in een kantoor staat, kan binnen een uur opnieuw worden geïnstalleerd. Een pc die een productielijn bestuurt, kan onderdeel zijn van een proces waarbij een foutieve upgrade duizenden euro's per uur kost.
Dat verklaart waarom oude Windows-versies soms veel langer blijven bestaan dan Microsoft lief is.
Windows 11 zelf is niet bepaald onomstreden
Dat Windows 11 groeit, betekent overigens niet dat gebruikers alle keuzes van Microsoft omarmen.
De interface is op verschillende punten aangepast. De taakbalk en het Startmenu hebben wijzigingen gekregen die niet iedereen als verbetering ziet. Ook de zoekfunctie heeft regelmatig kritiek gekregen.
Daarbovenop komt Microsoft's steeds intensievere inzet op Copilot en andere AI-functies.
Microsoft ziet Windows duidelijk niet meer uitsluitend als een lokaal besturingssysteem. Het moet steeds nadrukkelijker fungeren als toegangspoort tot Microsoft's cloud-, AI- en abonnementsdiensten.
Dat levert mogelijkheden op, maar roept ook weerstand op.
Een gebruiker die simpelweg bestanden wil zoeken en een applicatie wil starten, heeft niet noodzakelijk behoefte aan een steeds verder geïntegreerde AI-assistent.
De vraag is daarom niet alleen wat Microsoft technisch met Windows 11 kan doen, maar ook hoeveel van die nieuwe functionaliteit gebruikers daadwerkelijk willen.
De 'laatste Windows' was toch niet de laatste Windows
De overgang is ook interessant vanuit historisch perspectief.
Toen Windows 10 in 2015 verscheen, presenteerde Microsoft het besturingssysteem als een fundamenteel andere fase voor Windows. De bekende uitspraak dat Windows 10 mogelijk de 'laatste Windows' zou zijn, suggereerde dat Microsoft af wilde van het klassieke model waarin om de paar jaar een volledig nieuwe Windows-versie verschijnt.
Windows zou voortaan voortdurend worden bijgewerkt. Dat idee bleek niet helemaal houdbaar. In 2021 verscheen Windows 11 alsnog.
De merknaam bleef bestaan, het versienummer kwam terug en gebruikers kregen opnieuw te maken met een nieuwe generatie hardware- en systeemvereisten.
Achteraf bezien was 'de laatste Windows' dus vooral een beschrijving van Microsoft's toenmalige marketing- en ontwikkelstrategie, geen belofte dat het nummer 10 eeuwig zou blijven staan.
Microsoft heeft geleerd van de migratie
De huidige aanpak is voor Microsoft aanzienlijk efficiënter.
Het bedrijf hoeft Windows 10 niet actief te verbieden. Het hoeft gebruikers zelfs niet onmiddellijk te dwingen hun pc te vervangen.
Het kan simpelweg de ondersteuning beëindigen, beveiligingsupdates achter een betaald programma plaatsen, Windows 11 op nieuwe hardware standaardiseren en ondertussen nieuwe diensten vooral rond Windows 11 ontwikkelen.
De markt doet vervolgens de rest. Wie een nieuwe pc koopt, krijgt Windows 11. Wie een oude pc houdt, loopt uiteindelijk tegen ondersteuning en beveiliging aan.
Wie als bedrijf niet kan migreren, betaalt voor uitstel. En wie als consument nog even wil wachten, krijgt tijdelijk extra ademruimte.
Het is een geleidelijke overgang waarbij vrijwel iedere route uiteindelijk richting Windows 11 wijst.
Windows 10 is nog niet verdwenen, maar de uitkomst staat vast
Het resterende aandeel van Windows 10 zal waarschijnlijk nog lange tijd zichtbaar blijven. Daarvoor zijn er simpelweg te veel oude systemen, gespecialiseerde toepassingen en gebruikers die hun huidige pc zo lang mogelijk willen blijven gebruiken.
Maar de strategische strijd is voorbij.
Windows 11 heeft Windows 10 niet zozeer verslagen op basis van gebruikersvoorkeuren. Het heeft vooral geprofiteerd van het feit dat Microsoft de levensduur van Windows 10 heeft afgesloten.
Dat maakt de huidige marktcijfers veelzeggend.
Ruim 70 procent van de Windows-gebruikers zit inmiddels op Windows 11. Minder dan 30 procent blijft op Windows 10. En dat resterende aandeel wordt voor Microsoft steeds minder interessant om als zelfstandig platform te onderhouden.
Windows 10 is daarmee niet ineens waardeloos geworden. Het is wel een besturingssysteem waarvan de toekomst steeds kleiner wordt.
Voor consumenten is er voorlopig nog ruimte om de overstap uit te stellen. Voor bedrijven wordt uitstel snel een financiële keuze. En voor systemen die vanwege compatibiliteit niet kunnen migreren, resteert vooral de vraag hoe lang de extra ondersteuning verantwoord en betaalbaar blijft.
Microsoft heeft de deur naar Windows 10 dus niet in één klap dichtgegooid.
Het heeft hem langzaam dichtgeduwd — en ondertussen de prijs van het openhouden ieder jaar verhoogd.
Voor Windows 11 is dat misschien wel de krachtigste groeistrategie die Microsoft had kunnen bedenken.
Door: Drifter
Aanbevolen Reacties
Er zijn geen reacties om weer te geven.
Log in om te reageren
Je kunt een reactie achterlaten na het inloggen
Login met de gegevens die u gebruikt bij softtrack