Nederland moet zich veel grondiger voorbereiden op de ingrijpende veranderingen die kunstmatige intelligentie (AI) teweegbrengt. De opkomst van AI gaat veel verder dan een technologische innovatie; het is een fundamentele omwenteling die bijna elk aspect van werk en samenleving zal raken. Hoewel AI enorme kansen biedt voor economische groei en efficiëntie, waarschuwt de Sociaal-Economische Raad (SER) dat de sociale gevolgen diepgaand kunnen zijn. Werk verandert in snel tempo, banen verdwijnen, en de manier waarop mensen werken zal in vrijwel alle sectoren transformeren.
De SER, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op sociaaleconomisch terrein, waarin vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen zitten, onderstreept de urgentie van structurele voorbereiding. Volgens de raad bevindt Nederland zich midden in de vierde industriële revolutie, waarin mens en machine steeds intensiever samenwerken. Deze revolutie raakt niet alleen technische beroepen, maar dringt ook door in de zorg, het onderwijs, logistiek en administratieve functies.
AI verandert al hele sectoren
In sectoren zoals IT en financiële dienstverlening zijn de effecten al duidelijk zichtbaar. AI-systemen kunnen complexe programmeertaken uitvoeren en razendsnel hypotheekadviezen genereren. Waar voorheen menselijke expertise nodig was, neemt nu geavanceerde software deze rol over. Maar deze vooruitgang roept ook vragen op over de rol van de mens in deze processen.
Volgens SER-voorzitter Kim Putters is het essentieel dat AI op een verantwoorde manier wordt ingezet. “De menselijke maat moet behouden blijven. AI kan de werkdruk verlagen door eentonig werk over te nemen, maar het kan ook resulteren in precies het tegenovergestelde: dat mensen enkel nog routinetaken uitvoeren en onder toezicht van algoritmes werken. Daar moeten we ons op voorbereiden, en dat doen we op dit moment onvoldoende.”
Kansen voor productiviteit, maar risico’s voor ongelijkheid
De SER erkent dat AI het potentieel heeft om de arbeidsproductiviteit aanzienlijk te verhogen. Daarmee kan het een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van de structurele krapte op de arbeidsmarkt. Ook de internationale concurrentiepositie van Nederland kan worden versterkt. Bedrijven als ASML en hun toeleveranciers vormen een sterke technologische kern in de economie, maar het is zaak om deze kennis en innovatiekracht in Nederland te houden.
Toch ziet de raad ook de risico’s. AI zal onvermijdelijk banen doen verdwijnen, al is nog onduidelijk in welke mate. De verwachting is dat vooral middelbaar en lager opgeleiden in routinematige functies kwetsbaar zijn. Als zij niet tijdig worden omgeschoold, kunnen zij buiten de boot vallen. “Wanneer werk verdwijnt zonder dat er alternatieven zijn, leidt dat tot druk op de sociale zekerheid. Het aantal mensen dat een beroep moet doen op een uitkering kan dan fors stijgen,” aldus Putters. De overheid moet zich hierop voorbereiden en proactief beleid ontwikkelen om groepen die in de knel dreigen te komen, te ondersteunen.
Sociale gevolgen: tweedeling en werkdruk
Een ander punt van zorg is de verdeling van de opbrengsten van AI. Als vooral bedrijven profiteren van de winstgroei die AI mogelijk maakt, zonder dat werknemers meedelen, kan dit leiden tot grotere inkomensongelijkheid en maatschappelijke spanningen. “We moeten voorkomen dat AI leidt tot een diepere tweedeling in de samenleving. De keuzes die we nu maken, bepalen of AI bijdraagt aan brede welvaart, of juist leidt tot meer sociale ongelijkheid en werkdruk,” waarschuwt Putters.
AI wordt steeds vaker ingezet om werknemers te sturen en te controleren. In bijvoorbeeld callcenters worden gesprekken gestuurd door scripts en kan AI live suggesties doen voor vervolgvragen. Dat lijkt efficiënt, maar kan ook resulteren in hogere werkdruk en verlies aan autonomie voor de werknemer.
De menselijke maat in techniek
Ook in sectoren zoals de zorg, het openbaar vervoer en de logistiek krijgt AI een grotere rol. Robots kunnen personeel ondersteunen bij fysieke taken zoals het aantrekken van steunkousen of het tillen van patiënten. Maar het persoonlijke contact – bijvoorbeeld het dagelijkse gesprekje tussen cliënt en zorgmedewerker – dreigt daarmee verloren te gaan. “De vraag is steeds: wat laten we AI doen, en wat blijft mensenwerk? Die afweging moeten we sociaal maken, niet alleen technisch of economisch,” aldus de SER.
Oproep tot bijscholing en betrokkenheid werknemers
Een sleutelrol is weggelegd voor bijscholing en opleiding. De SER maakt zich zorgen over het geringe aandeel praktisch geschoolden dat zich regelmatig bijschoolt. Slechts 37 procent van deze groep volgt geregeld scholing, tegenover meer dan de helft van de hoger opgeleiden. Veel praktisch geschoolden hebben negatieve ervaringen met het onderwijssysteem of zien het nut van bijscholing niet in, terwijl juist hun werk het meest onder druk staat door automatisering.
Putters pleit daarom voor gerichte investeringen van zowel overheid als werkgevers om bij- en omscholing laagdrempelig en aantrekkelijk te maken. “Leren tijdens het werk moet normaal worden, vooral voor de groep die anders dreigt af te haken. AI kan ook nieuwe mogelijkheden creëren voor mensen die nu niet kunnen werken, als we het goed aanpakken.”
Tijd voor keuzes
De SER dringt aan op snelle actie. Nederland past AI-technologie al toe, maar laat het sociaal beleid er te veel bij achterlopen. Er is nu nog tijd om keuzes te maken over hoe AI wordt ingevoerd: op een manier die de mens centraal stelt en gericht is op inclusiviteit, of op een manier die vooral draait om technologische efficiëntie en winstmaximalisatie.
“De toekomst is niet iets wat ons overkomt, maar iets wat we samen vormgeven,” concludeert Putters.
Door: Drifter
Aanbevolen Reacties
Er zijn geen reacties om weer te geven.
Log in om te reageren
Je kunt een reactie achterlaten na het inloggen
Login met de gegevens die u gebruikt bij softtrack