Windows 11 lijkt een belangrijke privacybeperking voor traditionele Windows-programma’s te gaan oplossen. In een experimentele Insider-build test Microsoft momenteel de mogelijkheid om klassieke Win32-desktopapps afzonderlijk toegang te geven of te ontzeggen tot de camera, microfoon en mogelijk ook locatiegegevens.
Dat is een opvallende verandering. Tot nu toe maakte Windows op dit punt een duidelijk onderscheid tussen apps uit de Microsoft Store en traditionele desktopprogramma’s. Store-apps konden afzonderlijk toestemming krijgen voor bijvoorbeeld de camera of microfoon, terwijl Win32-programma’s grotendeels onder één gezamenlijke systeeminstelling vielen.
Met de nieuwe aanpak wordt dat verschil aanzienlijk kleiner. In plaats van één schakelaar waarmee je bijvoorbeeld de microfoon voor álle desktopprogramma’s tegelijk aan- of uitzet, kan Windows de programma’s afzonderlijk tonen en per toepassing bepalen of toegang is toegestaan.
De functie wordt momenteel getest en is nog geen onderdeel van de reguliere Windows 11-versies. De precieze werking kan tijdens de ontwikkeling bovendien nog veranderen.
Van één algemene schakelaar naar individuele toestemmingen
De bestaande privacyarchitectuur van Windows werkt voor desktopsoftware anders dan voor apps die gebruikmaken van het modernere Windows-appmodel.
Ga je in Windows 11 bijvoorbeeld naar:
Instellingen → Privacy en beveiliging → Camera
dan kun je bij ondersteunde apps afzonderlijk aangeven of ze de camera mogen gebruiken. Voor de klassieke Win32-programma’s geldt normaal gesproken echter een algemene instelling zoals ‘Desktop-apps toegang geven tot je camera’.
Hetzelfde principe geldt voor de microfoon.
Dat betekent in de praktijk dat je tot nu toe niet eenvoudig kon zeggen:
- Microsoft Teams mag mijn microfoon gebruiken;
- Discord mag mijn microfoon gebruiken;
- Chrome mag mijn microfoon niet gebruiken;
- een willekeurig ander desktopprogramma mag er evenmin bij.
Je kon de algemene toegang voor desktopapps uitschakelen, maar daarmee blokkeerde je in feite meerdere programma’s tegelijk.
De experimentele functie verandert dat model. Desktopprogramma’s kunnen nu als afzonderlijke toepassingen in de privacy-instellingen verschijnen, waardoor Windows ze per programma kan behandelen.
Dat is een wezenlijk verschil: niet langer alleen bepalen of desktopsoftware als geheel toegang krijgt, maar per desktopapp beslissen.
Ook traditionele Win32-programma’s krijgen een eigen privacyvermelding
Bij tests met experimentele Windows-builds verschijnen klassieke desktopprogramma’s, zoals browsers, als afzonderlijke vermeldingen in de privacy-instellingen.
Een programma als Microsoft Edge of Brave kan daardoor bijvoorbeeld afzonderlijk worden weergegeven bij de instellingen voor microfoontoegang. Hetzelfde concept wordt toegepast op cameratoegang.
Voor gebruikers is dat veel overzichtelijker. Je krijgt immers een lijst met toepassingen die daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt van de betreffende hardware of functionaliteit, in plaats van één grote categorie met alle desktopsoftware.
Microsoft beschrijft de huidige stabiele Windows-versie nog steeds anders: volgens de bestaande documentatie kunnen desktopapps voor camera en microfoon niet individueel worden geschakeld en valt deze software onder de algemene instelling voor desktopapps. De experimentele functie betekent daarom daadwerkelijk een verandering ten opzichte van de huidige situatie.
Windows kan desktopapps bovendien om toestemming vragen
Een tweede interessante verandering is dat Windows bij bepaalde desktopprogramma’s een systeemdialoogvenster voor toestemming kan tonen wanneer een programma voor het eerst probeert toegang te krijgen tot bijvoorbeeld de microfoon of camera.
Dat brengt het gedrag van traditionele Windows-software dichter bij dat van moderne apps en mobiele besturingssystemen.
In plaats van dat een programma zonder duidelijke Windows-melding onder een algemene desktopinstelling valt, kan de gebruiker expliciet met een Windows-melding worden geconfronteerd met de vraag of de toegang moet worden toegestaan.
Dat is vooral belangrijk bij hardware die privacygevoelig is.
Een camera kan immers beelden uit de omgeving vastleggen en een microfoon kan gesprekken opnemen. Een afzonderlijke toestemming per programma maakt het voor de gebruiker veel eenvoudiger om te bepalen welke software daadwerkelijk toegang krijgt.
Wat betekent dit voor browsers?
Voor browsers is deze ontwikkeling bijzonder interessant.
Een browser als Edge, Chrome of Brave is technisch gezien een desktopprogramma. Tegelijkertijd kunnen websites via de browser toegang vragen tot bijvoorbeeld de camera en microfoon.
Daarbij bestaan verschillende toestemmingslagen.
Windows kan bepalen of de browser toegang krijgt tot de hardware, terwijl de browser zelf vervolgens kan bepalen welke website toegang krijgt tot de camera of microfoon.
Je kunt daardoor uiteindelijk meerdere beveiligingslagen hebben:
Windows → browser → website
Wanneer Windows de cameratoegang voor de browser blokkeert, kan een website die browser vervolgens ook niet gebruiken om de camera te benaderen. Wanneer Windows de browser wel toestemming geeft, kan de browser op zijn beurt nog steeds een afzonderlijke website blokkeren.
Dat maakt het belangrijk om de nieuwe Windows-functie niet te verwarren met de bestaande toestemmingsinstellingen binnen browsers.
Niet alleen camera en microfoon
De experimentele veranderingen lijken zich bovendien niet uitsluitend tot camera- en microfoontoegang te beperken.
Ook bij locatietoegang zijn afzonderlijke vermeldingen van desktopprogramma’s waargenomen. Daarmee ontstaat het beeld dat Microsoft een breder model voor Win32-privacyrechten aan het ontwikkelen is.
Dat zou een belangrijke stap zijn, omdat locatiegegevens eveneens privacygevoelig kunnen zijn. Een gebruiker zou bijvoorbeeld kunnen willen dat een weerapp zijn locatie kent, maar niet dat een willekeurig ander desktopprogramma dezelfde informatie krijgt.
Wel is voorzichtigheid geboden: de functie is experimenteel en Microsoft heeft nog niet voor alle onderdelen officieel vastgelegd welke desktopapps precies op deze manier worden behandeld en welke privacyrechten uiteindelijk afzonderlijk kunnen worden ingesteld.
Waarom dit een belangrijke verandering is
Het verschil tussen Microsoft Store-apps en klassieke desktopprogramma’s is jarenlang een van de opvallendste zwakke punten geweest in de privacy-instellingen van Windows.
Moderne apps draaien binnen een strenger gecontroleerd applicatiemodel en kunnen gebruikmaken van afzonderlijke toestemmingen. Traditionele Win32-software is veel minder strak gesandboxed. Dat is historisch gezien ook een belangrijke reden waarom Windows zo’n groot ecosysteem van desktopsoftware heeft: ontwikkelaars hebben relatief veel vrijheid.
Die vrijheid heeft echter een keerzijde.
Een klassieke desktopapp kan veel dieper in Windows integreren dan een strikt gesandboxte Store-app. Daardoor is het ook moeilijker om elk afzonderlijk onderdeel van de toegang tot systeembronnen op dezelfde manier te controleren.
Microsoft lijkt nu een middenweg te zoeken: Win32-software blijft bestaan en behoudt zijn mogelijkheden, maar Windows krijgt meer mogelijkheden om de toegang van afzonderlijke programma’s centraal te beheren.
Het is nog geen volledige sandbox
Het is belangrijk om de ontwikkeling niet groter te maken dan hij is. Een individuele privacyknop betekent niet automatisch dat een Win32-programma volledig wordt geïsoleerd van Windows.
Een klassieke desktopapplicatie kan nog steeds over veel meer systeemrechten beschikken dan een traditioneel gesandboxte Store-app. Het nieuwe mechanisme is vooral bedoeld om specifieke gevoelige mogelijkheden — zoals toegang tot camera en microfoon — beter af te schermen.
Met andere woorden: een microfoonblokkade is niet hetzelfde als volledige applicatiesandboxing.
Ook kunnen er uitzonderingen bestaan. Sommige functies worden bijvoorbeeld indirect via Windows-componenten uitgevoerd. In dergelijke gevallen kan niet altijd de oorspronkelijke toepassing als verantwoordelijke voor de toegang worden weergegeven.
Daarnaast kan de manier waarop Windows deze rechten technisch afdwingt tijdens de ontwikkeling nog veranderen.
Waarom Microsoft dit nu doet
De timing is interessant. Windows verzamelt en verwerkt op verschillende niveaus gegevens en beschikt over steeds meer systeemfuncties waarbij privacy een rol speelt.
Tegelijkertijd verwachten gebruikers inmiddels van een modern besturingssysteem dat gevoelige hardware zoals camera en microfoon niet alleen via een algemene aan/uit-schakelaar wordt beveiligd.
Op smartphones is het al jaren normaal dat je per app kunt bepalen of een camera, microfoon of locatie mag worden gebruikt. Windows loopt op dat gebied voor traditionele desktopsoftware achter.
De nieuwe functie brengt Windows dus een stuk dichter bij het privacyconcept dat gebruikers van Android en iOS gewend zijn.
De functie is voorlopig experimenteel
Er is wel een belangrijke kanttekening.
De nieuwe mogelijkheden zijn momenteel onderdeel van een experimentele Windows Insider-versie. Ze zijn dus niet beschikbaar voor iedere Windows 11-gebruiker en kunnen bovendien gefaseerd worden uitgerold.
Dat betekent dat twee computers met ogenschijnlijk dezelfde Insider-build niet noodzakelijkerwijs exact dezelfde functies hoeven te tonen.
Experimentele functies kunnen daarnaast worden aangepast, tijdelijk worden uitgeschakeld of uiteindelijk helemaal niet in een openbare Windows-versie terechtkomen.
Gebruikers die deze functie momenteel niet zien, hoeven daarom niet te concluderen dat hun installatie defect is.
Wat verandert er voor de gemiddelde gebruiker?
Als Microsoft deze aanpak uiteindelijk breed uitrolt, wordt het beheer van privacyrechten in Windows een stuk eenvoudiger.
Een gebruiker zou dan bijvoorbeeld kunnen kiezen voor:
Camera
- Teams: toegestaan
- Edge: toegestaan
- Chrome: geblokkeerd
- Discord: geblokkeerd
Microfoon
- Teams: toegestaan
- Discord: toegestaan
- Edge: geblokkeerd
- Chrome: geblokkeerd
Locatie
- Weerapp: toegestaan
- Maps: toegestaan
- Browser: eventueel toegestaan
- overige desktopprogramma’s: geblokkeerd
Het belangrijkste voordeel is dat je niet langer een keuze hoeft te maken tussen ‘alle desktopapps vertrouwen’ en ‘alle desktopapps blokkeren’.
Je kunt veel specifieker bepalen welke software toegang krijgt.
Een kleine wijziging met grote gevolgen voor privacy
Op het eerste gezicht lijkt een extra schakelaar in de Windows-instellingen misschien geen spectaculaire verandering. Voor de privacy van Windows-gebruikers is dit echter een behoorlijk fundamentele verbetering.
Camera en microfoon behoren tot de gevoeligste onderdelen van een moderne computer. Een programma dat toegang heeft tot de microfoon kan potentieel geluid uit de omgeving verwerken; een programma met cameratoegang kan beelden vastleggen.
Daarom is het verschil tussen:
‘alle desktopprogramma’s mogen erbij’
en:
‘alleen deze specifieke programma’s mogen erbij’
veel groter dan het uiterlijk van de instellingen doet vermoeden.
Microsoft lijkt hiermee een van de duidelijkste privacyverschillen tussen Store-apps en traditionele Win32-software te willen verkleinen.
De belangrijkste conclusie is daarom niet dat Windows 11 vanaf vandaag voor iedereen een volledig nieuw privacybeleid heeft, maar dat Microsoft in experimentele builds werkt aan een veel fijnmaziger toestemmingsmodel voor klassieke desktopprogramma’s.
Als deze functionaliteit uiteindelijk ongewijzigd naar de reguliere Windows 11-versies komt, krijgen gebruikers voor het eerst een veel directere manier om gevoelige hardwaretoegang per traditioneel Windows-programma te beheren. Dat zou een van de nuttigere privacyverbeteringen voor Win32-software in jaren zijn.
Belangrijk: de functie moet voorlopig als experimenteel worden beschouwd. De huidige officiële Windows-documentatie beschrijft voor desktopapps nog steeds de bestaande algemene cameramicrofooninstellingen en niet het nieuwe individuele model.
Door: Drifter
Aanbevolen Reacties
Er zijn geen reacties om weer te geven.
Log in om te reageren
Je kunt een reactie achterlaten na het inloggen
Login met de gegevens die u gebruikt bij softtrack